Het gebruik van goniometers

Het gebruik van goniometers:

 

De methode van meten met de goniometer is door Debrunner in 1971 gestandaardiseerd.

Bij deze standaardisatie wordt de 0-positie gedefinieerd vanuit de anatomische positie, dat wil zeggen: rechtop staand, hangende armen, duimen voorwaarts, voeten parallel en op heupbreedte geplaatst en de blik voorwaarts gericht. 

De goniometers zijn makkelijk in gebruik en eigenlijk komt het erop neer dat u het instrument paralell legt aan het te meten gewricht en vervolgens de bewegingsuitslag van het verre gedeelte (het distale deel afleest) 

Als u bijvoorbeeld de bewegingsuitslag van een normale knie met een goniometer zou willen beschrijven dan is de natuurlijke uitgangspositie de strekstand. Dit noemen we de 0. Hierbij houd u de goniometer ook volledig uitgevouwen. Buigen en strekken noteert men dan als 135-0-0 als de knie 135 graden kan buigen. Kan de knie overstrekken 5 graden, dan noteren we 135-0- -5 op de goniometer. Kan de knie niet volledig strekken (er is sprake van een extensie beperking van bijvoorbeeld 10 graden.) Dan noteren we 135-10-0